Maritiem programma  |   MP projecten | wrakken in databases  |  MP in de media   |   publicaties   |  nieuws   |  contact

  Maritiem programma >> nieuws > topsites

Eerste Rijksmonument onderwater op en top beschermd

21 jun 2013

In 1988 werd bij de wijziging van de Monumentenwet voor het eerst expliciet de bescherming van het onderwater cultureel erfgoed meegenomen. Dit heugelijke feit is toen direct bezegeld met de fysieke bescherming van het Burgzand Noord 3 wrak (BZN3) en haar aanwijzing als eerste Rijksmonument onderwater. 

Burgzand Noord 3
Vermoed wordt dat BZN 3 de resten zijn van het VOC schip ‘De Rob’. Dit schip dat onder leiding heeft gestaan van Cornelis Jol, heeft meegedaan aan de slag bij Duins en is in 1640 op de Rede van Texel gezonken.  Voor de afdekking in 1988 is een waardestelling uitgevoerd waarin een overzichtstekening van een deel van een boord is gemaakt. Destijds werden 3 dekken geïdentificeerd, bronzen kanonnen en een kombuis. Zeker twee kanonnen zijn toen gelicht.


Delen van het wrak steken onbeschermd boven het zand uit

Fysieke bescherming
De eerste afdekking heeft een aantal weken in beslag genomen. Uiteindelijk is een laag van duizenden zandzakken afgewisseld met polypropyleen gaas gebruikt. Deze zware afdekking was vooral bedoeld om ongewenste opgraving te voorkomen.

In 2000 bleek deze afdekking nog altijd goed te werken. Echter, aan de zuidzijde van het wrak bleek het voorschip – dat nooit onder de afdekking had gelegen – vrijgespoeld te zijn. Ook lag een rand van wat werd geïnterpreteerd als stuurboord vrij. Er is toen besloten om met steigergaas de dagzomende delen af te dekken, net als op andere wrakken in de buurt was gedaan.

Monitoring
Bij monitoring in 2010 bleken toch weer nieuwe delen vrij te zijn gekomen. Vooral het eerder als dek en later als boord aangeduide deel was meer naar het Noorden verder vrij gekomen. Tijdens het veldwerk dat dit jaar is uitgevoerd, zijn deze delen gedocumenteerd en is weer een extra beschermingslaag aangebracht op het wrak om de resten de komende jaren weer optimaal te beschermen.


Onderzoeker van het Maritiem Programma noteert meetgegevens

Het wrak 
Het laatste onderzoek bevestigt dat het vrijgespoelde stuk inderdaad een deel van het bakboord is, dat wel tot 2 m boven de bodem uitsteekt. Echter, dit zijn niet de uiteinden van het omgeklapte boord aan de oostzijde, maar van het vlak dat onder het zand aan de westzijde van deze rand zit. De ankers die al sinds jaar en dag fier boven het zand uitsteken en wel tot 2,5 meter boven de bodem staan, zijn vermoedelijk reserve ankers die opgeslagen waren in het ruim. Ten noorden daarvan ligt een grote ton met steenkool. Ten zuiden staat zelfs een mast (de hoofdmast) een meter uit het zand. Sondering wees uit dat onder 25 cm zand hout aanwezig is. Vermoedelijk is dit het mastspoor.  Naast de mast – die onderin wat taps toeloopt en acht-  of zeskantig is – liggen in elkaar gestapelde houten nappen. Deze zijn wel zwaar beschadigd. Bekend is dat sportduikers hier met zuiginstallaties zand hebben weggehaald. Zij hebben onder andere houten nappen en grote jufferblokken (van de verstaging) geborgen. Ook is het duidelijk dat rondom de ankers en mast het wrak is beschadigd door vistuig. Hier en daar liggen losse balken die vermoedelijk van het vlak en zelfs onderin het achterschip zouden kunnen zijn, maar nu boven op het zand liggen.    

Aan de binnenzijde van het opstaande boord zijn de oplangers zichtbaar en de uiteinden van de zitters te zien. Het vlak staat dus nog tot ver na de kim omhoog met aan de oostzijde nog een boord met in ieder geval twee dekken.

Vermoedelijk is op sommige stukken aan de buitenzijde een berghout van bijna 10 cm dik zichtbaar. Aan de binnenzijde zitten zware brede balken die ook al eerder op andere plekken zijn aangetroffen. Deze zijn toen als zware kattesporen geïnterpreteerd. Het is zeer goed mogelijk dat een aantal daarvan ook daadwerkelijk deze functie hebben gehad. Immers een bewapend schip was vaak op deze wijze verstevigd om de kracht van de kanonnen op de scheepswant aan te kunnen. Echter, zeker een aantal van de nu aangetroffen balken zijn afgerotte knieën van een dek.   Deze zitten relatief dicht bij elkaar op de hoogte van de mast, maar dat lijkt, gezien de verzwakking van een mast door het dek heen, niet raar. De mast staat ongeveer 4 meter van het boord. Dat houdt in dat hier het schip maximaal 8 meter breed was. Dit zijn allemaal hypotheses omdat het meeste van het wrak nog onder het zand ligt. Op het boord aan de achterzijde van het schip (Noorden) is nog een fraai 60 cm. lang eiken tonnetjes gevonden met wilgentenen hoepen erom heen.


Eiken tonnetjes met wilgentenen hoepen

Fysieke bescherming bijgewerkt
De nu uitgespoelde delen van het schip zijn met polypropyleen netten, verzwaard met kettingen, afgedekt. Gezien de enorme hoogteverschillen die overbrugd moeten worden, is nu geëxperimenteerd met boeitjes om de netten omhoog te houden als deze inzanden. Ook worden de netten in fasen gelegd, met als beoogd eindstadium dat het opstaande boord weer onder het zand komt te liggen.


Afdekking met steigergaas

Om dit te bespoedigen is ook met behulp van een waterpomp zand onder een aantal van de gazen gebracht. Over een aantal maanden wordt het effect van de netten gemonitord met multibeam. Dan weten we of de afdekking effect heeft. Gezien de ervaringen tot nu toe moet dat haast wel.

  Zie ook:

 

 



Maritiem programma e-magazine